Steeds meer thuis in Nijmegen

In de weken dat Bert hier nu is, zijn we ons allebei steeds meer thuis gaan voelen. Bert kent de medepatiënten, therapeuten en verpleegkundigen, weet overal goed de weg. Zelf ken ik de rit naar de kliniek inmiddels perfect, maar ook kleine praktische dingen. In de eetzaal is een kast met een soort slabben erin; omdat Bert moeite heeft met het bestek hanteren krijgt hij die nu steeds om met eten. Als we samen beneden eten kan ik ze zelf pakken. Ook de ruimte van de urinaals, de aangepaste toiletten, alles voelt vertrouwd. Ook de verpleegkundigen ken ik bijna allemaal, behalve dan de nachtzuster.

Bert kan het met iedereen goed vinden, behalve met het hoofd van de creatieve afdeling. In het begin hadden ze hem laten zien wat hij daar kon doen, maar dat vond hij allemaal niets. Een ‘dikke Boeddha’ kleien of een dienblad met mozaïek maken bijvoorbeeld. “We kunnen u ermee helpen’, werd gezegd, maar dan vraag je je af wat daar voor jezelf aan creativiteit aan te doen is. Uiteindelijk heeft hij gekozen voor aquarelleren; hij maakt nu een voorstelling met allemaal dingen die hij graag weer zou kunnen doen. Kamperen en koken bijvoorbeeld. Maar daarover heeft hij een paar keer discussie gehad, omdat wat hij maakte niet klopte volgens de therapeute.....