Medepatiënten

Zo in het weekend, zonder onderzoeken, duurt een dag best lang. Bert heeft nog steeds last van zijn nek, dus blijft op bed. Dat betekent dus ook dat we nu niet samen van de kamer af kunnen. Ik ga wel tussendoor in het restaurant beneden eten; daar is het in het weekend heel rustig! Gelukkig is er ’s middags en ’s avonds weer bezoek.

We leren ondertussen de andere mensen op de kamer beter kennen. Youssef, de Marokkaanse jongen komt uit Utrecht, Kanaleneiland. Hij heeft een auto-ongeluk gehad in Duitsland, heeft veel te hard gereden met een grote Audi. Stom natuurlijk, maar waarschijnlijk ‘gewoon’ overmoedig. De andere patiënte is een mevrouw die een hersenoperatie heeft gehad. Het gaat steeds iets beter met haar, de eerste dagen sliep ze bijna voortdurend. De buurman van Bert is inmiddels weer weg, die was er een paar dagen voor wat onderzoeken.


Verder is er nog een mevrouw op de afdeling die we nog nooit gezien, maar wel vaak gehoord hebben. De eerste 2 dagen viel het ons op dat de verpleging regelmatig iets uit de handen liet vallen. Je hoorde dan in de gang een kletterend geluid, alsof er een metalen bakje, met bestek of zo erin, op de grond viel. Maar dit gebeurde een aantal keer per dag; toen we er beter op letten, merkten we dat je daarna steeds mensen hoorde praten. We hebben het nu ‘ontdekt’: er is een mevrouw in een kamer een stuk verderop, die niet zonder begeleiding haar kamer uit mag. Er is daarom op haar deurkruk een bakje met lepels gezet; als zij naar buiten stapt valt dat bakje op de grond en dan komt er direct een verpleegkundige naar haar toe. Ze vertellen de mevrouw dat ze nog op haar kamer moet blijven, dat alles daar bij haar gebracht wordt en dan gaat ze weer naar binnen. Ze spreekt trouwens keurig, bijna ‘bekakt’ en komt heel rustig en tevreden over. Maar kennelijk is ze dit alles een uurtje later weer vergeten, want dan herhaalt dit ‘ritueel’ zich.