Ontmoeting in de supermarkt

Bij het boodschappen doen komen we Floor tegen; iemand die we kennen van de middelbare school van onze kinderen en vanuit de kerk. Hij had via-via gehoord over Berts ziekte, maar hij had ons nog niet gezien in de afgelopen maanden.

Hij is enorm onder de indruk en spreekt dat ook duidelijk uit. We vertellen hoe het gaat, dat Bert de handen inmiddels ook helemaal niet meer kan gebruiken. Als we een pad verder zijn in de AH, komt hij er weer aan: “Maar als je jeuk aan je hoofd hebt, kun je dus zelf niet krabben?”. Nee inderdaad, dat gaat niet.

Weer een stukje verderop: “En je bril goed zetten, kan dus ook niet?” Het is duidelijk: hij blijft er mee bezig en stukje bij beetje dringt tot hem door wat het inhoudt.

“Als ik een keer ergens mee kan helpen, hoor ik het graag; ik heb onregelmatige werktijden, werk ook vaak thuis, dus ik kan best eens bijspringen”. Ik geef hem mijn mailadres en we spreken af dat hij me zijn telefoonnummer en mailadres doorgeeft; kan ik hem toevoegen aan de bezoekgroep.


’s Avonds komen Ben en Dorien op bezoek, oude buren van de Wannedreef. gezellig hen weer eens te spreken. Bij Dorien is al jarengeleden MS geconstateerd, dat blijft gelukkig vrij stabiel. Ben is ook aan het tobben, heeft diabetes en veel last van zijn voeten. Daarom komen ze, zelfs voor dit kleine stukje, met de auto.

“Kom ik een keer naar jullie toe”, zegt Bert. Hun huis is uiteraard rolstoeltoegankelijk. We spreken af dat, wanneer het een keer lekker weer is, Bert bij hen gaat koffiedrinken.