Naar de huisarts
Vanochtend naar de huisarts; Bert wil hem laten kijken naar de plekjes op zijn handen. Door de slechte doorbloeding zijn de handen erg koud, maar er zijn nu ook wat kleine wondjes ontstaan.
De huisartspraktijk is bovenaan een trap, maar gelukkig is er wel een soort liftje. Een plateau dat omhoog gaat, gewoon ‘openlucht’. Als ik zelf naar boven ga en daar op de knop druk komt hij naar boven. Omdat dit niet is afgesloten durft Bert het wel aan.
De dokter bekijkt de handen en besluit een soort vaatverwijdende medicijnen voor te schrijven. Dan moeten we wel in de gaten houden dat de bloeddruk niet teveel zakt. Gelukkig hebben we een bloeddrukmeter thuis, nog uit de tijd voordat Bert ziek werd, toen hij juist een te hoge bloeddruk had.
’s Middags komt Charles op bezoek; die had ik ontmoet op de bridgedrive bij de tennisclub en hij had toen gezegd dat hij wel een keer wilde komen. Bert en hij halen veel oude herinneringen op, uit de tijd dat zij beiden actief waren in het kerkbestuur. Dat was toen een mooie tijd, helaas is er sindsdien heel veel teruggedraaid, door de strenge regels vanuit het bisdom…

