auto wassen

De afgelopen dagen is de achteruitrijcamera het steeds minder gaan doen; er blijkt vuil op de ‘oogjes’ te zitten. Vanochtend is het lekker weer, dus voor ik vertrek naar Utrecht besluit ik die schoon te maken. Maar bij de witte auto is nu wel heel veel verschil tussen het gewassen stukje en de rest van de achterklep. Dus die ook maar even wassen…. Uiteraard ziet nu de rest van de auto er veel viezer uit; een half uurtje later heb ik dus, voor het eerst van mijn leven, een auto gewassen. En het was nog heel leuk ook!

Als ik in het ziekenhuis Bert dit vertel, moeten we allebei lachen. Hij reed altijd veel meer in de auto, en als het nodig was waste hij hem ook. Als we een keer ergens om wedden, wilde Bert van mij altijd ‘…zoveel keer de auto wassen’. Volgens mij heeft hij nog wel een keer of tien tegoed. Maar na het lachen dringt het tot me door dat het autowassen voortaan eigenlijk altijd wel mijn ‘werk’ zal worden. Vanuit een rolstoel lijkt me dat niet te doen.

Raar, dat bij het gesprek met de arts het verdriet niet direct opkwam, bij mij althans. Maar nu komt het in kleine stapjes, als je ineens bij alledaagse dingen bedenkt: Nee, dat kan niet meer, nooit meer… Of er moet haast een wonder gebeuren…