Nog meer achteruit?

Als ik ’s middags in het ziekenhuis kom, is Bert een beetje van slag. “Het lukte vanochtend niet goed het dopje van het busje scheerschuim te krijgen. Ik kreeg het gewoon niet goed vastgepakt, het is net of ik de vingers niet goed op de plek krijg”. Jonge, dit is schrikken…. Dat de kuur nog niet ogenblikkelijk resultaat heeft is niet zo vreemd, maar nog meer achteruitgang?

Kitty, de fysiotherapeute komt binnenlopen: “Ik kreeg te horen dat de afspraak niet doorgaat omdat je bent opgenomen, dus ik wilde even kijken hoe het is”. Wat attent van haar! Ze is niet heel verbaasd over de opname, zij had zich wel zorgen gemaakt over de verdere achteruitgang. “Misschien zie ik je binnenkort wel weer, als de kuur zijn werk heeft gedaan.” Echt fijn te merken dat ze zo’n persoonlijke belangstelling heeft.

Na het bezoekuur hebben we overleg met de revalidatiearts; zij wil graag dat Bert, na de kuur, wordt opgenomen in Groot Klimmendaal, in Arnhem. Bij een opname daar kan er elke dag therapie gegeven worden, poliklinisch kan dat maximaal drie keer per week.

Bovendien zijn de voorzieningen dan veel beter dan thuis. Regelmatig douchen is tenslotte ook wel lekker! De opname in de revalidatie-instelling is dan voor minimaal drie weken.

We krijgen een informatiefolder, maar zij geeft wel aan dat er een wachtlijst is van een paar weken. Tot er plek is wil zij Bert in het ziekenhuis houden; de fysiotherapeute van het ziekenhuis kan dan dagelijks met hem oefenen.


Oké, de eerstvolgende weken, misschien wel maanden, niet naar huis… Nou ja, af en toe voor het weekend misschien. We moeten maar door de zure appel heen bijten. Het gaat er uiteindelijk om dat hij weer herstelt.