Bert met een smartphone

Bert heeft plezier met de nieuwe telefoon; ’s ochtends krijg ik een appje en er verschijnt ook een bericht in de “Bert ziek”-groep. Anne, onze dochter die in Engeland woont, reageert ook: “Mijn vader met een smartphone, never thought I’d see the day” (nooit gedacht dat ik dat nog zou meemaken).


Waarschijnlijk mag Bert het weekend naar huis, fijn! De fysiotherapeute gaat morgen met hem oefenen, de ‘transfer’ van de rolstoel naar een andere stoel maken, zodat het gaat lukken in de auto. De spieren in de onderrug lijken zwakker geworden; het rechtop zitten gaat moeilijker. In en uit bed komen kost ook meer moeite.


In de loop van de middag komt de internist even langs; zij heeft met bloed- en urinemonsters allerlei ziektes, die mogelijk neurologische uitval kunnen veroorzaken, kunnen uitsluiten. Maar er zijn wel antistoffen in het bloed aangetroffen. Waar die vandaan komen is niet duidelijk. Zij heeft overleg gehad met de reumatologen; antistoffen kunnen wijzen op een auto-immuunziekte, en die ‘vallen’ onder reumatologie.

’s Avonds wordt er een testje gedaan, om te bepalen hoeveel traanvocht er wordt aangemaakt. Met een papiertje tussen het ooglid en het oog kunnen ze dat vaststellen; heeft ook iets te maken met een auto-immuunziekte.


Het blijft spannend, al die onderzoeken. De onzekerheid wat er precies aan de hand is wordt er niet minder van, maar wel goed dat ze allerlei opties onderzoeken