WMO-consulente en Buurtzorg

De rolstoeltaxi haalt Bert om negen uur, na de zorg, op in Nijmegen; hij is dus mooi op tijd thuis. Om half 11 komt Coshyma, onze nieuwe contactpersoon. Een vrij jong meisje, maar dat vind ik tegenwoordig nogal snel. Zegt meer over mijn leeftijd dan die van haar 😉. Zij denkt goed mee, zoals blijkt over het overleg dat er al geweest is over de rolstoel. Als we de hele situatie thuis hebben bekeken, is zij het met ons eens dat het plaatsen van een slaap/badkamer achter de woonkamer de beste oplossing is. Verder is de benedenverdieping ruim genoeg en we hebben ook nergens drempels, gelukkig. We spreken af dat ik contact opneem met een paar bedrijven die zoiets kunnen neerzetten. Als we een offerte hebben kunnen we dan zien of wij dit zelf gaan betalen of dat de WMO dat doet. In dat geval moeten we een maandelijkse eigen bijdrage betalen; dat bedrag hangt af van de voorzieningen die je hebt gekregen, en je inkomen. Het kan dus best zo zijn dat het ons dan net zoveel kost als zelf laten bouwen.

De rolstoel krijgen we trouwens gratis, hadden we ook al van de maatschappelijk werkster begrepen. Dat is de enige WMO-voorziening waar geen bijdrage voor geldt. De stoel blijft ook eigendom van de gemeente, je krijgt hem dus in bruikleen, zolang je hem nodig hebt.

Als Coshyma weg is, komen twee mensen van Buurtzorg. Het zijn een verpleegkundige en een stagiaire. Heel aardig en betrokken; ze vragen naar de voorgeschiedenis en leven mee bij het heftige verhaal. De verpleegkundige, Aimy, heeft nog wel een vraag. Het blijkt dat een van de mensen van het team kinderen bij mij op school heeft. “Vinden jullie dat een probleem? We kunnen het namelijk niet zo plannen dat zij nooit hier werkt”. Als ik vraag om wie het gaat, blijkt dat Verouschka te zijn! Zo toevallig, die heb ik onlangs gesproken, maar ik had geen idee dat zij in de thuiszorg werkt. In dat geval heb ik er totaal geen moeite mee; ik ken haar als heel correct.

Omdat nu nog niet duidelijk is wanneer Bert thuis komt, spreken we af dat hij in principe ingeschreven wordt, maar dat ik laat weten per wanneer de zorg moet ingaan. Dat zal waarschijnlijk zijn als er een zorgunit is. “Dan zien jullie ons in ieder geval de eerste tijd niet; ik ga eind volgende maand met zwangerschapsverlof en haar stage loopt binnenkort af”, vertelt Aimy: “Maar dan hoop ik in het najaar echt hulp te kunnen bieden”. Fijn dat dit in ieder geval geregeld is!


Bert wordt eind van de middag met de rolstoeltaxi weer opgehaald en naar Nijmegen gebracht; hij heeft vanavond bezoek van een collega.