Hulpmiddelen
’s Ochtends een telefoontje van het bedrijf dat de re-integratie bij ziekte begeleidt; dit is de geneeskundig adviseur, eigenlijk een soort bedrijfsarts. Via Mark heeft ze ons nummer doorgekregen en ze vertelt dat ze al kort heeft gehoord wat er aan de hand is. “Normaal willen we de cliënten hier graag zien, maar omdat uw man nog steeds is opgenomen wordt dat lastig; kunt u vertellen hoe het er nu mee is?”
Wel prettig dat zij zo meedenken en niet alleen naar regeltjes kijken. Ik vertel hoe de stand van zaken is en wat er voor diagnose is gesteld. We spreken af dat zij via kantoor op de hoogte wordt gehouden van nieuwe ontwikkelingen, en dat ze mij af en toe belt.
Het formulier voor VGZ vul ik verder in en doe ik direct op de post; hoe eerder dit geregeld is, hoe beter; misschien mag Bert over anderhalve week al wel op ‘verlof’.
Ook ga ik naar de thuiszorgwinkel; een aangepaste lepel kopen en een kunststof rand die je om een bord kunt klemmen. Dan kan Bert met één hand beter eten. Ook een paar nieuwe tuitbekers; eerder had ik een paar van de goedkoopste soort gekocht, ondoorzichtige. Maar om wijn uit te drinken is dat niet fijn; nu dus maar een doorzichtige.
Als ik in Nijmegen kom zit Bert er enthousiast bij: hij heeft vandaag een elektrische rolstoel gekregen en heeft nu braces om beide polsen en handen. Zo kan hij iets meer met de handen en hij kan zelf ‘op pad’. Natuurlijk is een elektrische rolstoel wel confronterend, maar hier op de afdeling is dat gewoon. En het feit dat hij zichzelf makkelijk kan verplaatsen geeft veel meer vrijheid. Hij heeft vanochtend al goed geoefend, gaat bij goed weer ook het buitenparcours gebruiken. Dat is een stukje met stoepranden, op- en afritten en flink veel bochten, speciaal om mensen allerlei situaties te laten oefenen die ze later op straat ook kunnen tegenkomen.
Bert stuurt met een klein pookje aan de armleuning. Hiermee kan hij voor- en achteruit en bochten maken; het is een soort joystick. Als ik achter de stoel loop kan ik de besturing overnemen; ook dit gaat met een stick, bovenop de rugleuning. Het is wel wennen; het is zo anders dan een gewone rolstoel duwen. Maar een paar stukken rijden door de gang en de hal, waar genoeg ruimte is, en dan lukt het steeds beter.

