Nauders - Burgeis

Bert:

V Nauders A Burgeis A 24 km W zonnig, later sterk bewolkt en dreigend en vanaf 15.00 16.00 uur minder bewolkt en weer lekker O Pension in Burgeis E waarschijnlijk in café restaurant in Burgeis
T 984 + 24 = 1008 km

Vandaag 2 grenzen overschreden. We zijn in Italië en hebben meer dan 1000 km gelopen (In 45 dagen 1008 km d.w.z. ruim 22 km per loopdag en bijna 22 km per dag. Ook kunnen we nu zeggen dat we naar Italië zijn gelopen. Eigenlijk wilden we verder vandaag naar een camping in Glurns. Helma had het hier even gehad en het weer dreigde om te slaan zodat we hier zijn gebleven. Ik ben daar niet zo blij mee en had liever doorgelopen. Maar als je het zat bent is het niet leuk lopen dus stoppen we dan. Vandaag zijn we langs Graun / Curon Venosta gelopen. Dit is een nieuw dorp i.p.v. het oude dorp dat in 1950 compleet in de Reschensee is verdwenen bij de aanleg van dit stuwmeer. Als herinnering hebben ze de kerktoren laten staan. Die staat dus nu in het water aan de rand van het meer. Op een fotorapportage op een paneel laat zien hoe vanuit die kerk de klokken werden gehaald en hoe een laatste processie is gehouden. Ook is te zien hoe het hele dorp behalve die kerktoren is platgegooid. Later zijn de ruines nog extra afgedekt door het meer weer voor een deel te dempen. Anders waren bij lage waterstanden de dorpsrestanten steeds te zien. Een indrukwekkend geheel zeker als je weet dat de bewoners nauwelijks schadeloos zijn gesteld. Vandaag een schitterende wandeling langs dat meer met zicht op bergen van 3900 m hoog (Ortlieb massief)
Ook vandaag twee fietsers tegengekomen die Reitsma fietsten naar Rome. Even een praatje mee gemaakt. Nadien nog een moeder met twee kinderen op de fiets gezien. De jongste kon eigenlijk nog niet goed fietsen maar had al wel wat bagage op haar fietsje. Zoals ze nu fietsten was echt gevaarlijk.

Ik hoop dat alles goed gaat met ze.
Aanvulling : Dit was vandaag een van de weinige momenten waarop we een duidelijk verschillende mening hadden over verder lopen of niet. Het zure van de beslissing niet doorlopen was dat we nogal wat moeite hadden om hier iets te vinden. We hebben lang gezocht en ook nog behoorlijk wat heuvel op en af moeten lopen en dan knaagt het gevoel waren we maar doorgelopen. Helma kreeg (haast) een schuldgevoel omdat zij graag hier wilde blijven. Ze was dan ook merkbaar opgelucht en wat emotioneel toen we eindelijk wel iets gevonden hadden en op onze kamer even lekker konden zitten.

Op een pleintje waar we op een terras wat gedronken hebben, en daar later ook hebben gegeten, zaten we leuk met een groep fietsers die daar op het pleintje wachten en iets met een fiets probeerden te repareren. Het was een prachtig gezicht hoe alles in die groep heerlijk door elkaar liep en elke ordening ontbrak. Soms fietste er een weg die later weer terug kwam, sommigen maakten wat foto’s, sommigen aten of dronken wat en sommigen bemoeiden zich af en toe met de reparatie. 
’s Morgens tijdens het ontbijt nog met twee Duitsers uit Ulm gesproken. Zij waren erg belangstellend en we hebben ze het adres van onze site gegeven.
Achteraf bezien hebben we vandaag nog een extra grens bereikt namelijk de helft van onze toch. Leuk om te weten dat we op één dag de 1000km bereikt hebben en in Italië zijn aangekomen en de helft hebben afgelegd.
De foto’s die we gemaakt hebben van het Ortlieb massief zij ook achteraf erg indrukwekkend en behoren tot de mooiste foto’s tijdens onze tocht gemaakt.


Helma:

Het dorpje uit na een lekker ontbijt en dan stijgt het nog heel dicht. Links en rechts glooiende heuvels, waarop je waarschijnlijk prima kunt langlaufen. Een echt mooie streek hier om nog eens op wintersport te gaan. Op deze hoogte in elk geval sneeuwzeker.

Ons pad, een apart fietspad, gaat iets omhoog en vervolgens rustig naar beneden. Heerlijk lopen zo! Bij het eerste stukje pad, het stuk dat nog klimt, worden we ingehaald door iemand die ook in ons pension logeerde. Hij fietst ons voorbij, maar even verderop stapt hij af en loopt verder met de fiets aan de hand. Fietsen (b)lijkt toch zwaarder dan lopen hier.

Dan zien we een bordje dat we de Reschenpas hebben gehad; een klein stukje verder zijn we al bij de grens. We maken een foto van het bordje Italia; grappig dat je daarachter dan gelijk een 'typisch Italiaanse' kraam zien staan met rommeltjes, etenswaren en souvenirs. We zijn in elk geval al naar Italië gelopen!

Na de pas en de grens bereiken we ’s ochtends nog een mijlpaal: we hebben er 1000 kilometer opzitten!

Nu al een gedenkwaardige dag dus!

Voor ons liggen een paar flinke stuwmeren; daarachter een gigantische imposante berg: allemaal sneeuw en enorm hoog. Het is het Ortliebmassief. Ik dacht dat we alle passen gehad hadden, maar hier lopen we recht op af; is dat wel de bedoeling? Bert verzekert me dat we daar langs gaan, maar het lijkt echt een soort onneembare vesting.

We lopen langs het water en genieten van het uitzicht; na een bocht zien we verderop een toren uit het water steken.

We komen uit bij een groot parkeerterrein en wat borden met foto’s, bij een uitkijkpunt over het meer en die kerktoren uit het water. Het blijkt dat hier een dorpje heeft gestaan, dat na de oorlog is verdwenen toen hier een stuwmeer is aangelegd. Dat meer was omstreden, maar het lijkt verband te houden met afspraken tussen Italië en Zwitserland, waarvoor flink is betaald. De dorpsbewoners moesten hier weg en zouden een stukje hogerop nieuwe huizen en landerijen krijgen. Uit de foto’s en teksten daarbij blijkt dat de compensatie nooit goed is geregeld; trieste foto’s van mensen die in een lange stoet de kerkklokken wegdragen voordat hun dorp zal verdwijnen. Extra wrang is, dat later de waterstand is verlaagd; omdat daarbij resten van huizen en de kerk soms boven water uitstaken, hebben ze later een dam aangelegd om te zorgen dat alleen de kerktoren uitsteekt en de rest onzichtbaar blijft. Je vraagt je dan af waarom die dam niet eerder had kunnen worden gebouwd; dan was het onderlopen helemaal niet nodig geweest.

Na zo’n 24 kilometer zijn we bij Burgeis; ik wil hier het liefst stoppen en een pension zoeken, maar Bert wil graag doorlopen naar een camping bij Glurns. Ik ben het lopen zat, zoals meestal ’s middags, en heb daar geen zin in. De dreigende lucht verderop maakt me ook niet echt positief. Bert stemt ermee in hier te blijven, maar loopt duidelijk te balen.

In Burgeis begint het zoeken: we hebben een paar voordelige pensions in ons boekje staan, maar het is even zoeken waar die liggen. Lastig is ook dat in het midden van het dorpje een machine bezig is met asfaltering van een hoofdstraat. Hierdoor moeten we van de ene naar de andere kant van het dorp flink omlopen. Verschillende adressen doen niet open, dus uiteindelijk lopen we heel wat heen en weer voor we eindelijk een kamer hebben. Ik voel me daar schuldig over, want met al dit heen-en-weer gewandel waren we al bijna bij de camping geweest (qua tijd en lopen).

Als we op de kamer zijn moet ik huilen zonder dat ik precies weet waarom; spanning, moeheid, spijt van het niet doorlopen, schuldgevoel voor mijn gezeur en opluchting dat we in ieder geval een kamer hebben.

We eten ’s avonds bij een restaurant aan de rand van het dorp; het is weer lekker zonnig nu, dus we drinken eerst iets op het terras. Dat is genieten: er komt een groep jongelui op fietsen aan. Wat voor gezelschap het is wordt ons niet duidelijk, maar de onderlinge verschillen vallen erg op: de een heeft gewone kleren aan, de ander wielrennertenue, weer een ander ziet er als een halve punk uit. Ook de fietsen, leeftijden en bagage zijn heel divers. Een van de fietsen heeft pech, iets met de ketting lijkt het. Iemand die bij de leiding lijkt te horen (een wat ouder iemand) gaat aan het bellen en fietst weg. Maar de hele tijd dat de groep er staat (zeker drie kwartier) is een deel aan het helpen, de rest fietst rondjes of belt, anderen fietsen weg en komen later weer terug en weer wat later komt er nog een aantal fietsers bij. Leuk om te kijken hoe ongeorganiseerd dit verloopt, hoe iedereen met elkaar omgaat en te raden wat de onderlinge verhoudingen zijn. Na verloop van tijd komt het merendeel bij ons zaakje naar binnen om wat te drinken te kopen. Als we uiteindelijk naar binnen gaan om te eten vertrekken ze.