Wald am Arlberg - Sankt Anton am Arlberg

Bert

:V Wald am Arlberg A Sankt Anton am Arlberg A 23 km W heerlijk zonnig, heet O Hotel in Sankt Anton E op ons balkon i het hotel T 882 + 23 = 905 km

Leuk om te zien dat we ook na de hoogste pas nog steeds 150 km per week doen. Ik ben nog steeds trots op ons zelf. Eerlijkheidshalve viel de Arlbergpas zeker na het Zwarte Woud erg mee. We hebben wel 820 m geklommen maar het was ten opzichte van eerdere paden vrij vlak. Wel erg indrukwekkend om tussen de sneeuw te lopen. Soms wel meters hoog op enkele plaatsen. Het uitzicht was ook formidabel. Echt zo mooi dat je het niet op foto’s kan vastleggen.

Sankt Anton heeft duidelijk, net zoals veel dorpen hier, vakantie. Werkelijk alles is dicht. Van de welgeteld 260 verhuur mogelijkheden voor kamers huisjes e.d. zijn er 5 open en de rest is dicht. We hebben dus gepakt wat er in de buurt was en dat is een heel mooi luxe hotel voor € 90,-- Eten kon in dit toeristische dorp slechts in een hamburger/worst tentje tot 19.00 uur en die had op vrijdag rustdag dus was er niets. We hebben bij de Spar broodjes en spul gekocht en lekker op ons balkon gegeten. Het smaakte heerlijk. Het is wel iets om goed rekening mee te houden want we kunnen dus lang niet overal terecht. En dat terwijl ik me zorgen maakte of er dit Pinksterweekend wel plaats zou zijn. Op onze site weer enkele leuke reacties gehad. Leuk om te zien en te merken dat we gevolgd worden. 
Het lopen via een fietsroute blijft anders. Wel makkelijker maar ook saaier door de wat langere trajecten. Nog circa 370 km naar Verona d.w.z. drie weken moet ruim lukken. Wellicht kunnen we daar Anne en Emil ontmoeten in een weekend.


Helma:

Een lange flauwe klim richting pas. We lopen langs een soort provinciale weg, maar de weg is niet heel druk en het loopt lekker. Steeds licht stijgend, maar dat is prima te doen. Dan komen we bij een soort station; hier kunnen we in een trein stappen die ons door een tunnel naar de andere kant brengt. Maar omdat het lopen tot nu toe meevalt, willen we de pas toch wel erg graag zelf proberen te lopen. Er is hier helaas geen zaakje om koffie te drinken, maar wel een paar automaten. Zo pauzeren we hier met koffie en een koek uit een automaat op een bankje in de wachtruimte.

Dan begint het echt: een weg met haarspeldbochten klimt flink omhoog. Nu is het lopen wel pittiger en ook wat enger: de auto’s gaan niet hard, maar rijden wel vlak langs. Omdat we links lopen zijn de bochten naar links het engst. Je loopt dan aan de binnenbocht en omdat de wand naast de weg steil omhoog loopt ben je slecht te zien voor tegenliggers. Bovendien rekenen automobilisten hier niet op wandelaars. Ik loop zover mogelijk naar rechts en steek de stokken ook naar rechts. Zo zien chauffeurs ons in ieder geval iets eerder (hoop ik) en kunnen we nog een stukje naar links uitwijken als het nodig is. Soms zie je mensen wel schrikken, vooral motorrijders. Je moet erg goed blijven opletten, maar daardoor denk je niet zo over het klimmen na en schiet het toch wel op.

Als we wat hoger zijn slingert de weg zich wat vlakker verder; we zijn dus nog niet op het hoogste punt. De auto’s verdwijnen in een tunnel, terwijl er een pad over de tunnel leidt voor fietsers en wandelaars. Prachtig: heel rustig, een schoon pad met hoge wanden van sneeuw aan de zijkanten. Wat smeltwater over ons asfaltpad, maar het loopt hier ongelooflijk mooi. We maken een paar foto’s, maar zijn er ook van overtuigd dat we nooit in een foto kunnen vastleggen hoe prachtig het hier is.

Een stuk verderop komt ons pad weer uit bij de uitgang van de tunnel en lopen we weer langs de auto’s. Vlak daarna zijn we bij het hoogste punt: 1802 meter! Een souvenirwinkeltje, koffietentje en w.c.’s, dus leuk om even te pauzeren. Iets verderop is een kapel van de Bruderschaft St. Christoph; van hieruit werden vroeger reddingsoperaties uitgevoerd in de bergen. We willen graag de kapel in, maar helaas is die dicht.

Daarna gaat het langzaam naar beneden; niet supersteil, dus het loopt prettig. Na een dagafstand van 23 kilometer, met een klim van ruim 800 meter, komen we aan in Sankt Anton am Arlberg.

Direct bij binnenkomst in de (behoorlijk grote) plaats, zien we verschillende hotels en pensions. Bij een zaak zitten een paar mensen op een soort balkon. We willen hier gaan informeren of er plek is en wat het kost, maar de mensen die buiten zitten blijken de eigenaren die vertellen dat ze gesloten zijn. Ze bespreken met elkaar waar we eventueel wel terecht kunnen en verwijzen ons naar een informatieplek in het centrum. Een handige plek: een overzicht van alle pensions, huisjes en hotels met fotootjes op een wand. Met groene lichtjes is aangegeven waar plek is; bij iedere foto ook een nummer waarmee je kunt bellen om te reserveren: daarvoor hangt er ook een telefoonhoorn. We zijn stomverbaasd dat er op het enorme bord maar een paar groene lampjes zijn; gelukkig is er wel een zaak in het centrum met vrije kamers.

In het hotel aangekomen vertelt de jonge eigenares ons de reden: dit is een heel druk wintersportgebied waar het tot en met april flink druk is. Vanaf juni komen de zomergasten, al is het dan nog lang niet zo druk als in de wintermaanden. Maar in mei sluiten heel veel zaken om zelf vakantie te kunnen houden. In ons hotel kunnen we wel overnachten en ontbijten, maar het restaurant is nu dicht. Er is in het centrum wel een eetzaakje dat deze week open is, dus daar kunnen we eten.

Helaas, na een rondje dorp komen we erachter dat het bewuste eetzaakje op vrijdag (dus vandaag) rustdag heeft. We zijn dan ook heel blij als we een supermarkt vinden die open is: we kopen hier salades, vleeswaren, brood en wijn. En zo eten we ’s avonds op ons balkonnetje een soort koud buffet; heeft ook wel wat!

Op de gang voor onze hotelkamer staat een computer, en die is voor gasten vrij te gebruiken. Handig, want nu kan ik nog wat aan de site doen en mail bekijken. Ik zit er nog maar net als ik merk dat de vloer nat is; er liggen dikke Perzische tapijten die helemaal nat zijn. Bert zoekt waar de nattigheid vandaan komt en merkt dat er een verwarmingsbuis los zit waar water uit loopt. Hij gaat naar beneden om de eigenaars een seintje te geven. Ze lijken het niet helemaal te snappen, want terwijl wij direct wat dingen opzij gaan zetten om de schade te beperken, duurt het wel een kwartier voor ze boven komen. Dan schrikken ze zich rot en gaan druk aan de slag om kleden weg te sjouwen en dergelijke. Weinig internet voor ons dus vanavond.