Somalische buurvrouw
Bert heeft vanochtend een buurvrouw gekregen; een Somalische mevrouw, Marian. Een grote, stevige vrouw, die hier ligt om te revalideren na een beroerte. Het vervelende is wel dat zij niet zonder hoofddoek door een vreemde man wil/mag worden gezien. Dus gaat het gordijn rond haar bed vrijwel dicht. Dat is natuurlijk geen ramp, maar hierdoor kan Bert vanuit bed de gang niet meer zien. Vervelend, maar gelukkig ligt hij niet zoveel meer in bed; het zitten in deze rolstoel gaat echt beter dan in zo’n gammele algemene.
’s Middags komt de ergotherapeute, Suzan, met een spalk voor de rechterhand. Deze is stugger dan de eerdere brace en geeft daardoor meer steun. Zo kan hij meer met de hand doen. Dat is wel een voordeel hier: allerlei hulpmiddelen zijn bij de hand, kunnen door de technische dienst aangepast als dat nodig is en alles is erop gericht de patiënt zoveel mogelijk zelf te laten doen. “Wij zijn luie zusters”, was bij de intake al gezegd: “Wij kijken rustig hoe je het zelf probeert en helpen pas als het echt niet lukt.”
Dat helpen is ook bij het plassen, omdat Bert niet meer zelf de urinaal kan aanleggen. Er wordt na afloop steeds met een echoapparaat gecontroleerd of de blaas helemaal leeg is. Als er urine achterblijft geeft dat risico op blaasontsteking. Maar nu is het steeds die controle op bed en… de blaas blijkt een aantal keer niet helemaal goed ‘leeg te lopen’. Ze kijken het een paar dagen aan, maar als blijkt dat de blaas regelmatig niet helemaal leeg is, wordt er gekatheteriseerd…. Dat is vervelend, maar je merkt wel dat ze hier heel goed op alles letten; ook op heel andere dingen dan in het ziekenhuis.
Dat laatste merken we ook aan het eten; in het Slingeland drongen ze er bij Bert op aan meer te eten. Omdat hij sinds de eerste opname erg was afgevallen had hij het label ‘ondervoed’ gekregen. Terwijl wij konden zien dat dat puur het verdwijnen van de spieren is. Maar hij kreeg steeds bakjes met nootjes, stukjes kaas en zo tussendoor. Hier doen ze dat juist niet; met het oog op doorzitplekken is het juist beter niet te zwaar te zijn.
Dat doorliggen en – zitten is ook echt een aandachtspunt: zodra hij uit de rolstoel in bed wordt geholpen is er gelijk controle op rode plekken; dat kan het begin zijn van decubitus, kapot gaan van de huid.
We gaan ’s avonds samen in het restaurant beneden eten; in Utrecht kon dat twee keer per week, hier kun je er doordeweeks steeds voor kiezen beneden te gaan eten. Een mooie ruimte; dit is de oude kapel, zoals je nog aan het boogvormige dak kunt zien. Er zijn nog meer patiënten hier aan het eten; sommigen in groepjes van een afdeling, anderen met familie. Er is een tamelijk jonge vrouw in een rolstoel die ik woensdag hier ook heb gezien, samen met haar man en dochtertje. Ook een man die half op de buik en half op de zij in bed ligt en zo bij een tafel staat. Je komt hier echt allerlei mensen tegen die je in de ‘gewone’ wereld hierbuiten niet ziet…

