Revalidatiegesprek

’s Ochtends komt Medipoint om de actieve tillift om te ruilen voor een ‘passieve’. Heb ik vorige week aangevraagd, want als Bert weer eens thuiskomt hebben we deze gewoon nodig. Die tilliften zijn lomp groot, dus ik zet hem zolang maar in de berging.


Dan een telefoontje naar de gemeente; het kost wat moeite om Riet aan de lijn te krijgen, maar als ik haar vertel van de mail en dat we hier erg teleurgesteld over zijn, begrijpt zij het helemaal. “Ik ga contact opnemen met iemand van mijn oude afdeling; ik zorg ervoor dat jullie een ‘goede’ krijgen, iemand die wil meedenken. Want juist de komende tijd moet er veel geregeld worden.” Verder gaf ze aan dat ik het digitale aanvraagformulier alsnog moet invullen; dit is de officiële manier en dan komt het goed in het dossier te staan.


In Nijmegen hebben we begin van de middag het eerste revalidatiegesprek. Dat is een overleg met alle betrokkenen, waarbij iedereen de plannen en doelen voor de komende 6 weken vertelt. Over zes weken is dan de evaluatie en worden er nieuwe plannen gemaakt. De meeste mensen hebben minstens twee van die periodes nodig, dus de eerstkomende 12 weken is Bert onder de pannen.

Ik vind het leuk de andere therapeuten te leren kennen. Suzan, de ergotherapeute, de EVV (eerstverantwoordelijke verpleegkundige) en de revalidatiearts had ik weleens gezien, de anderen nog niet. Morgen staat er een gesprek met de maatschappelijk werkster gepland, waar ik ook bij moet zijn.

Zij doen verslag van de kennismakingsperiode en vertellen wat er op het programma staat. Het probleem bij Bert is wel dat het moeilijk is ‘echte’ lichamelijke doelen vast te stellen. Bij mensen met een herseninfarct of dwarslaesie kun je goed aangeven welke vooruitgang je verwacht, daar hebben ze hier volop ervaring mee. Maar bij Bert is het een soort ‘competitie’ tussen vooruitgang door oefenen en achteruitgang door het verder gaan van de ziekte.

Woensdag is hij alweer twee weken hier en zou dan eigenlijk naar boven, naar de dwarslaesie-afdeling gaan. Maar daar is nu nog geen plek, dus hij blijft iets langer waar hij nu is. “Jullie kunnen wel vast een keer op de andere afdeling gaan kijken”, zegt de arts.


Weer thuis zie ik bij de mail een uitnodiging van de HBCS; een reünie van Berts oude klas daar. De vooraankondiging daarvan is al een hele tijd geleden geweest, maar nu moet je doorgeven of je daadwerkelijk komt, over twee weken. Ik stuur maar direct een mail om de situatie van Bert uit te leggen. Die kan dan bij de reünie worden voorgelezen, zijn oud-klasgenoten ook allemaal op de hoogte.