Isola della Scala - Ponte Molino

Bert:

V Isoal della Scala A Ponte Molino (vlak bij Ostiglia) A 32 km W lekker warm maar niet te heet O Bij boer op erf E in de tent noodrantsoen gekookt T 1306 + 32 = 1338 km

Vanmorgen begon, zoals we wisten, zonder ontbijt in het hotel. Tegenover ons hotel was een soort supermarkt discount die volgens een bordje om 8.00 uur opende. Toen deze om 8.40 nog niet open was ben ik naar het dorp gelopen, 2 km heen, om daar te merken dat er helemaal geen enkele winkel open ging, en weer 2 km terug. Toen hebben we maar een paar crackers met jam gegeten en zijn we vertrokken. Voor een deel langs een drukkere weg, maar die vanwege de feestdag (vandaar geen open winkels) nog relatief rustig was. Het tweede deel vanaf Nogarra via halfverharde wegen en paden. Helaas klopte noch de Google afdruk noch de kaart en liepen we op circa 5 km van Ostiglia vast bij een gemaal. We moesten toen voor een andere overgang over een grote watergang kiezen. Toen we daar waren bleek helaas ook de kaart niet te kloppen vanwege de verbreding van een spoorlijn en de afsluiting van veel overgangen waaronder een voor ons essentiële overgang. We moesten toen nog verder terug. 
Aanvulling : Een mevrouw adviseerde ons om niet toch te proberen om het spoor over te steken omdat er aan de overkant veel hekken stonden en wel treinen reden. Achteraf bleek dat ze helemaal gelijk had en we aan de overkant van het spoor zeker waren vastgelopen. Ze zei ons dat Ostigia vanaf dat punt via een wel open spoorweg overgang nog ongeveer 14 km lopen was.

Uiteindelijk hebben we ruim na 17.00 uur bij een boer gevraagd of we de tent op mochten zetten. De lucht was nogal dreigend en er vielen toen wat spetters. We mochten zelfs de tent onder een afdak opzetten. Dat hebben we maar niet gedaan (ondergrond van beton). Ze zijn erg vriendelijk en erg geïnteresseerd. We kregen broodjes van ze. Leuk om te zien dat ook als je 'in nood zit' toch alles weer goed komt.

Aanvulling : Het kamperen bij de boer is wel leuk omdat de mensen erg vriendelijk waren. Bijvoorbeeld een verontschuldiging voor het feit dat de broodjes niet vers waren omdat de winkels vandaag dicht waren. De boerderij was een typisch Italiaans bedrijf. Een mooi samenspel van aan elkaar gebouwde hokjes en veel verroeste stalen golfplaat. Het lijkt wel of als er iets bijgebouwd wordt men vergeet het oude schuurtje op te ruimen en weg te halen. Mat de machines hetzelfde. Een groot aantal zeer oude en verroeste machines die zo te zien al een groot aantal jaren nop de zelfde plek staan en niet meer gebruikt worden. Voor Helma was het wassen onder een kraan op enige afstand van de tent wat lastig. Zeker omdat de boer of soms ook boerin  om de haverklap kwam vragen of alles wel goed ging, of we kinderen hadden, of we wel eens daar en daar waren geweest en dergelijke. Ik kan dan iets makkelijker mijn shirts uitrekken en me lekker afspoelen. ‘s Morgens hebben we afscheid van ze genomen en gevraagd of ze hun adres op wilde schrijven. De vrouw vroeg al snel aan haar man of die het even wilde doen en die moest toen toch eerst zoeken naar zijn bril. Hun dochter nam het voortouw en schreef het adres op. Waarschijnlijk konden ze geen van beide (goed) schrijven. In Rome hebben we ze een kaartje gestuurd.


Helma:

Geen ontbijt in ons hotel; we kunnen natuurlijk ons noodrantsoen opmaken, maar omdat we tegenover een supermarkt zitten kunnen we ook hier wat kopen. Om 8.00 uur gaat de zaak open, volgens de borden bij de parkeerplaats, dus Bert staat om 8 uur voor de winkel. Helemaal uitgestorven, geen auto’s van personeel op de parkeerplaats.... ze nemen de openingstijden hier kennelijk niet zo nauw. Als een half uur later nog steeds niemand ter plaatse is, besluit hij terug te lopen naar het dorp; daar was een andere, nog grotere supermarkt. Betekent wel een kilometer of 2 heen en daarna weer terug. Uiteindelijk komt hij zonder boodschappen terug. Ook de andere winkel was dicht! We snappen er niets van; als ze op maandagochtend dicht zijn had dat er toch bij moeten staan? Toch maar ons noodrantsoen (crackers en jam) eten dus en veel later vertrekken dan we van plan waren.

De route is saai; een stuk in de berm van een weg. Het valt ons op dat de bedrijven waar we langs lopen ook dicht zijn; er is ook weinig verkeer op de weg. Als we later bij een cafeetje komen, is het daar druk met hele families. Hier komen we erachter waarom de winkels dicht zijn: het is vandaag de nationale feestdag! In het boekje van Reistma staat dat dat op de eerste zondag in juni is; waarschijnlijk was 2 juni een zondag toen hij er toevallig was! We kunnen vandaag dus nergens boodschappen doen, en zijn blij dat de cafe’s wel open zijn. Hier kunnen we in ieder geval iets te eten kopen kopen- van die zoete gebaks/broodjesdingen, maar beter dan niets. Tussen de middag passeren we een ander zaakje; hier verkopen ze ook hartige (vettige) broodjes. Allemaal niet optimaal, maar we hebben in ieder geval geen honger.

Het is broeierig en bewolkt weer; ook fijn dat we dus onderweg wat kunnen drinken.

Verderop wordt de route gelukkig leuker; we lopen over halfverharde paden en een stuk langs een soort dijkje door het gras. Als we een paar kilometer van Ostiglia zijn, onze geplande eindbestemming voor vandaag, houden we hier een poosje pauze. Een leuke plek bij een bruggetje en lekker rustig.

Dan lopen we een pad in dat ons moet brengen naar de plek waar we de rivier (de Po) kunnen oversteken. Aan het begin van het pad staat een bordje met 'doodlopende weg', maar we gaan er vanuit dat dat alleen voor auto’s geldt. Helaas; als we het pad zijn afgelopen komen we bij een groot hek waarachter een paar herdershonden vervaarlijk staan te blaffen. Er komt een meneer aan, die ons uitlegt dat we hier echt niet door kunnen. Er is hier een gemaal en er zijn werkzaamheden, waardoor je hier niet het water over kunt. Daarom hebben ze een bord vooraan de weg gezet, zodat mensen niet weer terug hoeven. Inderdaad, onze eigen schuld dus.

We lopen het pad weer terug; is zo heen en terug toch wel een uur lopen. Bert puzzelt op zijn Google-kaartje en de kaart uit Verona. We moeten nu een spoorwegovergang oversteken en dan langs de provinciale weg naar Ostiglia. Minder leuk en drukker, maar we hopen dat die drukte vandaag een beetje meevalt.

Even later staan we bij de spoorwegovergang: geen spoorbomen, maar allemaal betonblokken! We zijn aan het kijken of we hier wellicht overheen of langs kunnen komen, als er een mevrouw uit een huis vlakbij aankomt. Hier kunnen we absoluut niet door: de spoorbaan is verbreed vanwege de hogesnelheidstrein en het is levensgevaarlijk zo over te steken.

Ze kan ons wel vertellen hoe we dan moeten: er is een viaduct gemaakt over de spoorbaan. Ze wijst het ons: een heel stuk terug zien we inderdaad een weg omhoog lopen. Dat betekent dus een heel eind teruglopen. Ik baal; wat een tegenvallers als je denkt er bijna te zijn. Bovendien wordt de lucht steeds dreigender; het ziet er naar uit dat we straks een bui krijgen, en ik ben bang met onweer erbij.

Teruglopen, dan het viaduct volgen dat met een grote bocht loopt en aan de andere kant van het spoor verder. Inderdaad: hier oversteken was levensgevaarlijk geweest; er lopen verschillende rails naast elkaar en aan de kant waar we nu zijn eindigt het emplacement met hoge hekken. Hadden we dus nooit over gekomen.

Zo staan we, alweer een uur verder, aan de overkant van de plek waar we net wilden oversteken. Het is inmiddels gaan regenen en we lopen langs een vervelende autoweg. gelukkig niet druk. Volgens de bordjes die we zien is het nog een kilometer of 7 naar Ostiglia en ik zie het niet meer zitten. Nog meer dan een uur lopen en mijn voeten doen al pijn. Het is ook al 17.00 uur, dus we zijn veel later dan normaal. Bij alle huizen, boerderijen waar we langs lopen kijk ik of er een bordje staat voor kamerverhuur of een plekje om de tent op te zetten. Maar overal zitten hekken dicht, vaak met blaffende honden erachter.

Dan komen we langs een boerderij waar het hek voor het erf open staat en er geen hond te ontdekken is. Een oud mannetje staat opzij wat te schoffelen. Ik stel Bert voor dat we vragen of we hier mogen kamperen. Dat doen we, en worden allerhartelijkst begroet. Uiteraard mag dat; we mogen de tent ook binnen opzetten, zodat we niet nat worden. Hij blijkt te doelen op een schuur met een betonnen bodem; dan toch liever buiten. Achter de schuur is een strookje grond, en daar mogen we staan. Zijn vrouw is er ook bijgekomen; een beetje bedeesd maar vriendelijk lachend. Hij wijst ons een buitenkraan waar we water kunnen halen. Geen ideale omstandigheden, maar ik ben enorm blij dat we een plekje hebben!

Als de tent staat en is ingericht, gaan we ons wassen. Dat is lastig; Bert trekt zijn shirt uit en wast zich bij de kraan, maar ik beperk me maar tot het afspoelen van mijn armen en gezicht. Het is gelukkig weer droog geworden. De boer komt om de haverklap bij ons kijken en een praatje maken. Erg aardig, maar iets meer privacy was me welkom geweest.

Later komt hij vragen of we wat brood willen; zijn vrouw heeft nog een paar broodjes over. Met verontschuldigingen, want ze zijn van zaterdag; vandaag was er geen vers brood te krijgen!

Bert weet van de broodjes en ons noodrantsoen nog een behoorlijk lekkere hap te maken: crostini vooraf en daarna pasta. Als we ‘s avonds de schriftjes bijwerken komt Bert erachter dat we zo’n 32 kilometer hebben gelopen; het was me het dagje wel!