Tweede chemokuur
In de loop van de ochtend ga ik vast naar het ziekenhuis. Vandaag heeft Bert de tweede ‘gift’ van de chemobehandeling. Hiervoor is hij naar een andere afdeling gebracht. Zo’n kuur is nog een heel gedoe; om de zoveel tijd moeten er infuuszakjes vervangen worden. Soms een vloeistof om te ‘neutraliseren’ voordat er weer een nieuw middel moet inlopen. De opgezette voet van gisteren is gelukkig weer normaal.
Als ik ’s middags terugkom van een broodje beneden, komt er een verpleegkundige met een telefoon aan. Een telefoontje van de reumatologe, dr. Risselada: zij werkt vandaag in het ziekenhuis in Winterswijk, maar wist dat Bert vandaag de chemo kreeg. “Vindt u het goed dat ik de gegevens en onderzoeksverslagen doorstuur naar een professor in het Radboud in Nijmegen?” Ze legt uit dat zij graag een ‘third opinion’ wil. Niet omdat zij echt twijfelt aan de diagnose, maar nog een mening wil horen, juist omdat het om zo’n uitzonderlijk ziektebeeld gaat. “Als u mijn vader was geweest had ik het ook nog aan een ander gevraagd.” We zijn onder de indruk: zij was de afgelopen periode al heel betrokken, maar dit gaat nog een stapje verder, zo lief! Uiteraard geven we toestemming; als het nodig is voor nog meer onderzoek naar Nijmegen te gaan wil Bert dat ook best doen. De dokter zal nog wel navragen of een eventuele overplaatsing naar Nijmegen (als dat daar wenselijk wordt gevonden) niet betekent dat de plek op de wachtlijst voor de Maartenskliniek komt te vervallen. Als een paar dagen Nijmegen een paar weken extra wachten betekent zitten we daar niet op te wachten.
In de loop van de dag raakt Berts hoofd steeds meer ‘opgeblazen’; komt waarschijnlijk van de grote hoeveelheid vocht die er wordt toegediend. En de prednison zal daarbij ook geen goed doen.
Voor de avond is er gelukkig weer bezoek; heeft Bert weer wat afleiding als ik naar bridgeles ga.

