Mede-patiënten

De lichtkoepel tussen het huis en de unit wordt vanochtend geplaatst. Daar ben ik blij mee; nu de doorgang er is en de opening in het dak voor nood met plastic was dichtgemaakt, zie je hoe donker dat in de woonkamer is. Maar met de lichtkoepel komt er weer aardig wat licht de kamer in, al blijft het iets donkerder dan met het grote raam.

De doorgang tussen de woonkamer en de slaapkamer is er wel, maar moet nog worden afgewerkt. Ook komt er nog een tussenwand tussen de slaapkamer en het halletje ervoor en moeten de wanden nog worden afgewerkt. In de woonkamer staan potten verf, platen voor de plafondafwerking en sanitair dat nog moet worden geïnstalleerd. Kortom: het is een zooitje. En midden in die rotzooi komt een makelaar taxeren… Hopelijk kan zij een beetje door de troep heen kijken.


Ik bel met Klimmendaal; Annemieke heeft me dat gevraagd, om alvast de aanmelding voor therapie in gang te zetten. Soms is daarvoor een wachtlijst, en het is natuurlijk wel zaak dat het direct begint als Bert weer thuis is. Zo bespreek ik het ook met de secretaresse; Bert wordt ingeschreven en vanaf 15 augustus ( de maandag na zijn geplande ontslag) kan dan de fysio- en ergotherapie beginnen.


In Nijmegen kunnen we weer lekker buiten zitten in de tuin; die besloten tuin tussen de gang en het restaurant is een heerlijk plekje. Is ook leuk om af en toe een praatje te maken met medepatiënten en hun familie. Sommigen komen hier, net als ik, eigenlijk elke dag. Die leer je dus steeds beter kennen.

Iemand die ons vaak opzoekt is Karien; haar man Maurits heeft een aneurysma in de hersenen gehad en daardoor lichamelijk en geestelijk ‘beschadigd’. Hij kan niet meer lopen, is halfzijdig verlamd en ook is hij erg verward. Hoewel hij er, lichamelijk gezien, beter aan toe is dan Bert, lijkt het mij wel heel moeilijk als je man zo in de war is. Zij kunnen weinig samen bespreken, dat begrijpt hij niet meer. Zij zijn ongeveer van onze leeftijd en allebei leraar, op een middelbare school. Er is een ‘klik’ en het is goed af en toe samen te praten.


Met de kamergenote van Bert, Jenny, blijft het tobben. Zij is neerslachtig, niet gemotiveerd, zegt regelmatig therapieën af of komt te laat. De verpleging moet haar echt achter de vodden zitten. Wat het ook moeilijker maakt is, dat ze tijdens een weekendverlof van de trap is gevallen. Ze mocht eigenlijk nog niet naar boven maar wilde dat perse, hoorden we van haar vriend. Gevolg was wat blauwe plekken en wat kneuzingen; daar word je ook niet echt vrolijk(er) van.