Werkdiagnose
’s Middags hebben we een gesprek met een neuroloog. Omdat er verschillende neurologen zijn, die niet allemaal fulltime werken, komen we verschillende artsen tegen. Maar Bert is steeds in het team besproken, dus dat maakt niet veel verschil.
Inderdaad gaan zij uit van CIDP; voor Guillain-Barré houden zij de grens van 4 weken achteruitgang aan. Als het langer duurt wordt uitgegaan van de chronische variant, dit noemen ze nu de ‘werkdiagnose’. De dokter vindt dat Bert al ver achteruit is gegaan; de achteruitgang gaat sneller dan ‘normaal’ is bij CIDP. Hij hoopt dat de infuuskuur de achteruitgang zal stoppen; deze medicatie werkt zowel bij GB als CIDP.
De diagnose met zekerheid stellen kunnen ze niet; hiervoor is het EMG-onderzoek nodig; het onderzoek met de elektroden dat al twee keer is geprobeerd. Er wordt nog bloed afgenomen dat de internist zal gaan bekijken, om mogelijke andere aandoeningen uit te sluiten.
Het bezoek loopt ondertussen volop door; ik moet echt een planning maken wie er wanneer komt. Vandaag buurman Sake ’s middags en Helma en Arie ’s avonds,
morgenmiddag Cor en Riet en Wilfred en Diane ’s avonds. Dat is fijn, kan ik morgenavond gewoon gaan bridgen.

