Toekomst op het werk...
Voor ik naar Utrecht vertrek ga ik eerst naar de computerzaak. Hier had ik in oktober vorig jaar mijn laptop gekocht en eind december het mini-laptopje/tablet voor Bert in het ziekenhuis. Ik wil het inruilen; met de steeds minder wordende handfunctie lukt het Bert niet meer zelf dingen te typen; mail lezen kan hij wel, maar dat kan ook op mijn laptop, die ik steeds meeneem naar Utrecht. Deze tablet-met-toetsenbord is nauwelijks gebruikt en net 2 maanden oud, dus ik ga er vanuit dat ik hiervoor een redelijk bedrag terugkrijg.
We hebben hem bewust in deze kleine computerzaak gekocht, omdat Bert de eigenaar wat beter kent. Hij heeft jaren geleden alle computerapparatuur geleverd, geïnstalleerd en uitleg gegeven bij het recreatieschap waar Bert toen werkte. ‘Die rooie’, zoals Bert hem noemt vanwege zijn toenmalige haarkleur, heeft toen prima werk geleverd, dus dat geeft wat meer vertrouwen dan een grote, onpersoonlijke computergigant.
Maar wat een desillusie: ik krijg eerst een medewerker die mij aanhoort en dan besluit dat hij dat met de baas moet overleggen. Als die even later verschijnt wil hij eerst weten hoe het met Bert is; hij lijkt onder de indruk van het verhaal. Maar “de ontwikkelingen gaan zo snel, als je zo’n apparaat een week gebruikt is het haast alweer verouderd”. Kortom: Ik krijg nog niet ¼ van wat we ervoor betaald hebben…
“Je kunt hem beter proberen particulier te verkopen, via Marktplaats of zo, dan levert hij meer op dan ik zo kan bieden”. Ik ben teleurgesteld, maar ook boos. Is dit dan een zaak waar we de afgelopen maanden zoveel geld hebben besteed? Mijn laptop was ook niet goedkoop… “Voor je hem te koop aanbiedt moet je wel zorgen dat alle persoonlijke bestanden en zo goed verwijderd worden; dat kunnen wij wel doen”. Klinkt als een tegemoetkoming, maar daarvoor blijk ik dan nog eens “ongeveer € 100,- ” te moeten betalen…. Ik ben in geen tijd zo boos geweest; de laatste keer dat ze me hier hebben gezien…
’s Avonds komen Eric, Berts directeur, en Jos, een collega, op bezoek.
“Ik denk dat ik niet meer in mijn functie kan terugkomen bij Leisurelands”, zegt Bert. Daar heeft hij de afgelopen week goed over nagedacht. Nu de kans meer dan groot is dat hij blijvend rolstoel gebonden zal zijn, wordt zijn werk als ‘operationeel manager’, ofwel hoofd beheer en onderhoud, onmogelijk. De recreatiegebieden bezoeken om te zien hoe het gaat op drukke dagen, met aannemers door het terrein om werkzaamheden te bespreken, controleren of werk naar behoren wordt uitgevoerd, dat gaat eenvoudig niet in een rolstoel. De vele kilometers die hij jaarlijks voor het werk reed, het is nog maar de vraag of hij op een andere manier ooit nog zal kunnen autorijden.
Eric houdt nog een slag om de arm: “Dat moeten we nog maar eens bespreken; we willen je niet kwijt met je ervaring en kennis van zaken. Dus als het nodig is kunnen we zoeken naar een functie op kantoor.”
Ook de auto komt ter sprake. Uiteindelijk heb ik die nu al een paar maanden in gebruik en het ziet er niet naar uit dat Bert die nog weer zal kunnen gebruiken…
We spreken af dat ik de auto deze maand nog kan gebruiken. De bijtelling wordt verrekend met Berts salaris, dus het is handiger dat dan per maand te regelen.
Op 1 april komen collega’s van Bert hem thuis ophalen, dat is het meest makkelijk.

