Afspraak met de buurvrouw

Op de koffie bij mevrouw Haccou; zij is onze achterbuurvrouw, een Indische dame op leeftijd. Altijd heel correct, vriendelijk en beleefd; zij spreekt ons altijd aan met ‘u’. Doe ik bij haar ook, maar dat ligt ook voor de hand bij iemand die ouder is dan mijn eigen moeder.

Zij krijgt ook onze mails, via haar zoon. We hebben het over Bert; zij is echt onder de indruk. Ik vertel ook over de plannen om de laurierstruiken te vervangen door een schutting; daar is zij wel blij mee. Als de struiken te groot zijn hangen ze over haar paadje om bij de achtertuin te komen. Als daar een schutting komt heeft zij in ieder geval geen overlast meer.

Ik vraag of zij bezwaar heeft tegen een aanbouw, en vertel ook dat wij goedkeuring moeten hebben om een bouwvergunning te krijgen. Daar is zij oprecht verbaasd over: “Het is toch uw eigen grond, dan mag u toch gewoon bouwen?” Zij woont in een huurwoning en lijkt altijd op te zien tegen mensen met een koophuis; maar dat je voor een aanbouw vergunning moet hebben vindt ze duidelijk erg vreemd.

Maar zij gaat er in ieder geval mee akkoord en we spreken af dat ik binnenkort met het ‘contract’ kom, dezelfde overeenkomst als die met Jasper en Richelle.


Weer thuis bel ik het nummer van Buurtzorg; ik krijg direct iemand aan de lijn en geef aan dat ik graag een afspraak wil maken voor een intake. “Ja hoor, dat kan, wanneer is het handigst voor jullie?” Nou, dit zijn inderdaad korte lijntjes; ik had verwacht eerst via een kantoor inschrijfformulieren thuis te krijgen, maar dat is hier allemaal niet nodig. Als ik vraag of dat eventueel dinsdag de 24e zou kunnen, krijg ik direct een positieve reactie. Fantastisch, dan kan Bert naar huis komen en hebben we het WMO-overleg en de kennismaking met Buurtzorg achter elkaar.


Voor ik naar Nijmegen ga, eerst een kopje thee drinken op school. Ik merk dat ik daarover best gespannen ben. Een maand of twee geleden ben ik een keer ’s middags even geweest; toen vroegen een paar collega’s hoe het ging en stond ik weer een potje te janken. Dat is natuurlijk geen ramp, maar het maakt ‘even langs gaan’ wel direct beladen. Gelukkig gaat dat nu beter; het is gewoon gezellig samen wat te drinken en bij te praten. Brunhilde is er vandaag niet, ik zal met haar nog overleggen op welke manier ik me nuttig kan maken. Bijvoorbeeld groepjes kinderen extra hulp bieden, of binnenkort toetsen afnemen.

Voelt goed weer op school te zijn geweest; de druk van de bedrijfsarts heeft me het nodige zetje gegeven.