Rolstoelbus ophalen!

Fons had aangeboden mij wel weg te willen brengen om de bus op te halen. Toen ik vorige week het bericht kreeg dat de registratie rond was, heb ik daarom deze donderdag afgesproken, dat is Fons’ vrije dag. Gisteren heb ik nog contact gehad met de bank; het bleek mogelijk te zijn af te spreken dat je een hoog bedrag mag pinnen op een afgesproken dag. Heel fijn, is praktischer dan tevoren het geld overmaken of contant meenemen.

Samen naar Nieuw-Vennep, daar koffie drinken en dan kan ik de auto in ontvangst nemen. Ik krijg nog uitleg over de lift aan de achterkant, en dan kan ik vertrekken.

Met Fons spreek ik af dat we een stuk verderop, waar een wegrestaurant zit, pauzeren en even eten.

Het eerste stuk snelweg is weer even wennen; als ik bij een tunnel aankom, met het bordje ‘ontsteek uw lichten’ kom ik erachter dat de knop daarvoor anders zit dan bij een gewone auto. Gelukkig zie ik een knop op het dashboard met een ‘lampen’ symbool en dat blijkt te werken…. Had ik ook eigenlijk even moeten bekijken voor ik ging rijden.

Als we geluncht hebben, rijden we ieder terug naar huis; de hele weg achter elkaar aan rijden schiet niet echt op. Ik ben er trouwens achter gekomen dat de TomTom niet handig past in de bus. Omdat de voorruit veel verder naar voren zit dan bij een personenauto, zit het schermpje erg ver weg. Lastiger te zien, maar vooral te bedienen; moet ik bij de Makro nog eens kijken of er een aanpassing is, iets waarmee hij op het dashboard kan staan in plaats van aan de voorruit.


Eerst naar huis, om de auto verder in te richten. Als ik eraan kom, vind ik de carport toch wel laag lijken; ik heb het wel gemeten, maar krijg toch het idee dat de bus tegen de rand aan gaat botsen. Dus de auto op de stoep en buiten even kijken; uiteraard blijkt de carport echt hoger te zijn, het is puur het idee.

Zo’n lege auto is apart. Normaal heb je een bagageruimte waar je spullen in legt; nu ligt alles gewoon los. We hadden nog een tas met spullen van een vorige auto; een stevige, rechthoekige tas. Die blijkt prima achterin te passen, achter een wielbak. Een goede plek voor de gevarendriehoek, veiligheidsvestjes, ruitensproeivloeistof en dat soort dingetjes. Ook heel handig: voorin en aan de zijkant zijn veel kleine vakjes en klepjes en boven de cabine zit ook een groot opberg vak. Aan alles is te merken dat dit oorspronkelijk een bedrijfsauto is.


In Nijmegen is gelukkig voor de hoofdingang een parkeerplek vrij; de bus is te hoog voor de parkeergarage. Voor de voordeur zijn een taxi-plek, een parkeerplaats voor minder validen en een voor auto’s die te hoog zijn. Bij het mindervalidenplekje kan ik hem niet zetten, omdat we de kaart nog niet hebben, dus het is boffen dat die andere plek vrij is. Anders had ik hem een stuk verderop moeten zetten, bij de achteringang.


Bert en ik gaan samen de bus bekijken en uitproberen hoe het met de lift gaat. Ook het vastzetten, met haken die in een soort rails in de vloer vastgezet moeten worden, is even uitproberen. Maar fijn dat we de auto hebben!