Wachten op overplaatsing
Bert is gelukkig niet ziek geweest van de chemokuur. Hij ligt nu in Utrecht eigenlijk alleen te wachten op een plek in het ziekenhuis in Doetinchem; het UMC heeft doorgegeven dat hij daar weg kan. De volgende chemokuren kunnen in het Slingeland worden gegeven, ook als Bert in de Revalidatie-instelling van Klimmendaal is opgenomen. Het zou mij in elk geval veel reis-uren schelen.
Vandaag vertrekt Youssef uit het UMC; hij gaat naar ‘De Hoogstraat’, een revalidatie-instelling. Na het berichtje in de krant hebben we toch soms met andere ogen naar zijn bezoekers gekeken; de groepjes jongens of meisjes die er geregeld waren, maar soms direct opstapten als er andere jongemannen binnenkwamen. Kan inbeelding zijn, maar sommigen kwamen bij mij als ‘zware jongens’ over die duidelijk wilden maken dat er niet teveel ‘verklikt’ mocht worden.
Youssef komt, op de brancard, nog even naar Bert om afscheid te nemen. “Ik hoop dat je toch nog vooruit gaat; je bent een goede man en hebt niks verkeerd gedaan, dus dat hoop ik echt voor je.” Dan vertrekt hij, met een reusachtige teddybeer in zijn armen, terwijl er een agent achter de brancard meeloopt. Wisten we het nog niet zeker, dan is dit wel het duidelijkste teken dat het nieuwsbericht echt klopt.
De andere overbuurjongen, die naast Youssef ligt, wordt vandaag geopereerd. Yoakim heet hij en ook hij moet een hersenoperatie ondergaan vanwege epilepsie.
Bert kon hem een beetje geruststellen door te vertellen dat er al twee andere de afgelopen weken deze operatie hebben gehad en dat het steeds goed ging. Dat er wel verschil zat in het traject na de operatie heeft hij maar even niet verteld…
Bert is begonnen met het tekenen van een mogelijke uitbouw achter het huis; van het voorstel de woonkamer te splitsen wil hij absoluut niets horen. “Dan verpesten we juist de mooie benedenverdieping en zitten wij, of jij, straks met een onverkoopbaar huis.” Wat de gemeente ook beslist, het is goed vast een duidelijk voorstel te hebben wat wij willen.
Het tekenen kost veel moeite; de liniaal en pen vasthouden is een hele opgave, met de ‘onwillige’ vingers en handen. Maar hij neemt er de tijd voor, heeft duidelijke ideeën hoe dat het best zou kunnen.
Er is ’s middags weer bezoek; eerst van mijn oom Kees, die onlangs 90 is geworden en weer op de fiets (!) hierheen is gekomen. Later van een oom en tante van Bert uit Hoogvliet, bij Rotterdam. Het blijft toch bijzonder dat zoveel mensen steeds de moeite nemen te komen. En daarbij dan de vele, vele reacties op de mail en alle kaarten met goede wensen.
’s Avonds komen een paar collega’s van Bert; we gaan samen naar de koffiebar bij de hal. Na een poosje laat ik ze alleen en ga naar mama; zij willen Bert met de rolstoel wel terugbrengen naar de afdeling.

