Naar huis

Het bed wordt al vroeg bezorgd en kan ik al installeren voor Marca komt. Als wij aan de koffie zitten krijg ik een telefoontje van Bert: “De plakkers zijn er nu allemaal af; ze willen straks nog een scan maken van mijn nek en hoofd, maar vanmiddag mag je me komen ophalen, ik mag naar huis.”

Dat laatste is heel fijn, maar ik maak me wel zorgen over die scan. Jaren geleden had onze buurvrouw Dorien last van haar rug. Zij was heel verbaasd dat er in het ziekenhuis een scan werd gemaakt, niet van de rug maar van haar hoofd. Uiteindelijk kreeg zij de diagnose: MS…. Betekent deze scan dat de artsen daar bij Bert ook aan denken? Maar de achteruitgang gaat bij hem zo snel, veel sneller dan bij MS, voor zover ik weet.

Marca vertelt dat zij een goede invalster heeft kunnen regelen. Een vrij jonge leerkracht, maar wel met ervaring in groep 3 en zeer enthousiast. Brunhilde gaat een dag extra werken; zij had altijd 2 dagen en ik 3, maar omdat zij nu de eindverantwoordelijkheid heeft is het handiger als zij iets meer werkt. Verder heeft onze Intern Begeleider Babette laten weten dat ze wel extra wil ondersteunen, vooral met alle Cito-toetsen die voor de komende maand in de planning staan. “Jij hoeft je dus geen zorgen te maken, het gaat allemaal lukken op school”, zegt Marca nog eens.

Voor ik ’s middags naar het ziekenhuis ga, eerst nog het bed opmaken met het beddengoed van de logeerkamer, dan is alles klaar om Bert op te halen.


In het ziekenhuis krijg ik te horen dat de scan goed was, daar is niets bijzonders uit gekomen. Gelukkig! Hoewel ik meestal optimistisch ben, heb ik me toch weer onnodig zorgen lopen maken; “een mens lijdt vaak het meest door ’t lijden dat hij vreest…” Wat is dat toch waar.

Bij de thuiszorgwinkel van de kruisvereniging, die naast het ziekenhuis zit, ga ik een rollator halen. Met de rollator Bert ophalen, zodat hij hiermee naar de auto kan komen. Van de afdeling naar het restaurant beneden, waar we eerst nog even wat drinken. Dan door het ziekenhuis, over het parkeerterrein naar de parkeergarage en de auto in. Het gaat, maar Bert is blij dat hij zit, na deze afstand lopen.

Thuis wil Bert eigenlijk even proberen of hij naar boven kan komen; is natuurlijk fijn als we vanavond samen boven kunnen slapen. Maar de trap opkomen lukt bijna niet, zelfs niet tree voor tree. “Als jij achter me blijft lopen kun je me toch opvangen als het niet verder gaat”’ zegt Bert. Maar hij is groter en veel zwaarder dan ik, dus de kans dat we samen naar beneden rollen lijkt me te groot. Dat moet dan maar wachten tot het weekend; als Emil er dan weer is, kunnen we hem samen naar boven helpen.


Het bridgen heb ik maar afgezegd; de eerste avond thuis is het niet zo gezellig als ik weg ben. Diane en Wilfred komen even op de koffie, gezellig!